Morning Star - officŽle vlag van West Papua

 

Welkom
Verantwoording
Fotogalerij
Handige Links
Reageer
Gastenboek
De Judas-kus
NieuwGuinea in media
Prikbord
Bezoekersbijdragen



 



naar vorige pagina 

Verslag van een Korporaal
Johan MacMootry sr. (geb. 5 augustus 1932)
Embleem Korps Mariniers

Nederlands Nieuw Guinea Conflict 1961 - 1962.

Helaas wordt Nederland over het conflict over Nieuw Guinea overspoeld met onjuiste informatie. Nu eens informatie door een "Mannetje uit het gelid." Ter informatie dient echter wel dat het "mannetje uit het gelid" werd opgeleid tot Marinier Paracommando en gevechtsinlichtingen onderofficier en dat hij in staat is tot het vergaren van de informaties zoals hieronder beschreven.
Ten tijde van het conflict was ik "Het mannetje uit het gelid", ik was Korporaal, dus had ik maar inzicht in een heel kleine sector van de totale gebeurtenissen. Maar ik was wel "Verbindingschef" van het Verkenningen en Inlichtingen Peloton van het vierde infanterie bataljon Mariniers met als thuisbasis Manokwari.
Het peloton opereerde heel vaak zelfstandig, als verbindingschef van het peloton kreeg ik dus inzicht in berichten en operatieplannen die betrekking hadden op het hele bataljon. Ik kan verzekeren dat ik toen heel nieuwsgierig was en alle berichten en operatieplannen heb gelezen als ware het oorlogsromannetjes, alles wat interessant was werd genoteerd. Mijn geheimhoudingsplicht heb ik door deskundigen en echter nimmer geschonden tot op dit moment, nu het een en ander is verjaard.

Geïrriteerd door schrijvers die het achteraf allemaal zo goed weten heb ik nu een deel van mijn notities op schrift gesteld. Onze trotse Koninklijke Marine en het Korps Mariniers waren in Nederlands Nieuw Guinea 1961 - 1962 aardig op weg om geschiedenis te schrijven, toen zij door een weifelachtige en graag naar Amerikaanse pijpen dansende Nederlandse regering werden teruggefloten.
De Koninklijke Marine en het Korps Mariniers hadden en hebben altijd al de juiste mentaliteit, een uitmuntende Etat Major en Equipage om moeilijke klussen te klaren. Het is dan ook ongepast om de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers - achteraf - door allerlei hedendaagse deskundigen en schrijvers te laten beoordelen, aan quasi intellectuele verhandelingen heeft niemand wat.

Van officiële zijde krijgt Nederland steeds weer voorgeschoteld, dat Indonesië meer mensen had en dat hun aanvoer routes korter waren en dat Nederland aan het kortste eind zou trekken wanneer Nederland Nederlands Nieuw Guinea niet tijdig had overgedragen. Dat werd er bij wijze van spreken bij het Nederlandse publiek in gehamerd. Maar de ware reden is dat Nederland graag naar Amerikaanse pijpen bleef dansen, zoals wij het nu nog steeds graag doen, maar nu bij de Europese Unie.

Dergelijke beweringen hebben Mariniers uit die tijd, dus het gros van het C.O.M., het Contact Oud Mariniers, dan ook alleen gezien als excuus om ons falen en het in de steek laten van aan Nederland loyale Papoea's te vergoelijken. Dat het C.O.M. er zo over denkt blijkt, denk maar aan het feit dat het hoofdzakelijk het C.O.M. is dat zich heeft geijverd dat op 01 oktober 2012 op eigen kosten een Papoea monument werd geplaatst bij het tehuis voor oud militairen te Bronbeek bij Arnhem.

De Indonesiërs hadden inderdaad grotere aantallen en hun aanvoer routes waren inderdaad korter, maar anders dan de deskundigen ons thans willen doen geloven, geloven Mariniers pas dat Nederland een slechte beurt had gemaakt, wanneer Nederland daadwerkelijk had verloren. Zoals het toen ging had Nederland nog alle kansen, Nederland had zeer zeker nog niet verloren. Nederland trok zich terug onder druk van de Amerikanen, onze regering had geen eigen mening en zij dansten graag naar Amerikaanse pijpen, ten kostte van de ons loyale Papoea's.

Vissen beginnen inderdaad aan de kop te stinken en de kracht van een lichaam wordt bepaald door de kop. En een sterke "kop" was Den Haag bepaald niet. Daar lag het aan dat Nederland zich terug moest trekken, zeker niet omdat Indonesië sterker was. De mening van de Australische generaal Fergusson sprak in dit verband boekdelen, later in dit verslag meer.

Voorbeeld van een gemiste kans door terughoudendheid. Op 27 juni 1972 heel vroeg in de ochtend lag de Nederlandse Onderzeeboot Hr. Ms. Dolfijn, S 808 onder commando Luitenant ter zee der eerste klasse J. R. Roele voor de kust van Wahai, toen het Indonesische Commandoschip "Multatuli" met, naar later bleek, de gehele Indonesische staf de TRIKORA, Tentara Republiek Indonesia Kommando Rakjat, de staf van de Indonesische land-, lucht- en zeestrijdkrachten dus aan boord. Zoals de commandant van Hr. Ms. Dolfijn het toen zei; "elke torpedo was raak geweest." Dan had de Koninklijke Marine in één klap de driekoppige Indonesische draak de kop afgeslagen, er zou een chaos zijn ontstaan bij de Indonesiërs. In die tijd zat Indonesië economisch in een zeer diep dal, zij zouden de klap economisch niet te boven zijn gekomen. Dan had Nederland alleen een "stoffer en blik" nodig gehad om de restanten van de Indonesische aspiraties met betrekking tot het inlijven Nieuw Guinea bijeen te vegen. Maar de onderzeeër mocht van Den Haag niet schieten. Den Haag koos ervoor om een trouw en loyaal Papoea volk in de steek te laten en om steeds maar weer naar Amerikaanse pijpen te blijven dansen.

De Australische generaal Fergusson heeft samen met generaal Wyngate tijdens de tweede Wereld Oorlog overal in Zuid Oost Azië tegen de japanners gevochten, hij kende het terrein en de mentaliteit van de volkeren uit die regio goed, de generaal wist dus waarover die sprak. Hij zei tijdens een bezoek aan Nederlandse Mariniers in Nieuw Guinea; "de Nederlandse defensieplannen voor Nieuw Guinea zijn goed doortimmerd, jullie Mariniers doen zeker niet onder voor de Indonesiërs en jullie vloot is op dit moment superieur boven de Indonesische Marine." Verder zei hij; "Indonesië zit economisch in zwaar weer, wanneer jullie het nog een tijdje volhouden zal de tijd in jullie voordeel werken en zullen de Indonesische aspiraties over Nieuw Guinea met een sissertje aflopen."

Eerlijk gezegd geloof ik die ervaren Australische generaal eerder dan onze deskundigen met, over het algemeen, alleen hun theoretische kennis. Tot op heden beweren deskundigen nog steeds dat Nederland in de pan zou zijn gehakt wanneer wij ons niet tijdig hadden teruggetrokken. Onze deskundigen - wij hebben er nog steeds hele blikken van - hebben het dan over hun deskundige neming, de betrokkenen uit die tijd, zij die daadwerkelijk in Nieuw Guinea waren dus, spreken liever over defaitisme. Omdat de Koninklijke Marine en de Mariniers pas geloven dat zij verloren hadden wanneer de strijd daadwerkelijk was uitgevochten en dat was het in Nederlands Nieuw Guinea bepaald niet.

De Indonesiërs hadden inderdaad meer mensen en hun aanvoerroutes waren inderdaad korter. Maar wat hadden onze deskundigen dan gedacht wanneer wij de Papoea's, die de Indonesiërs toch al hartgrondig verafschuwden naar het voorbeeld van de Amerikanen in de oorlog tegen Japan van wapens hadden voorzien. De Papoea's werden toen door de Amerikanen massaal voorzien van Remmington geweren .30-06 en de Jappen hebben het geweten want in de jungle waren de Papoea's hen de baas. Ook de Amerikanen hadden in die tijd te weinig man en ook hun aanvoerroutes waren langer, maar toch wonnen zij uiteindelijk de oorlog door deskundig beleid.

Sleutelfiguren, beleidsmakers en gezagsdragers worden in het Nederlandse systeem helaas geselecteerd voor hun manipuleerbaarheid en niet om hun kwaliteit. De gevolgen daarvan lopen dan ook als een rode draad door de gehele Nederlandse samenleving. Op wervingsreclames voor defensie ziet men militairen, zonder wapens, die zeer menslievend met oude mannen, oude vrouwen, jongens, meisjes en baby's op de rug lopen rond te sjouwen, hoe lang denken zij in dergelijke gebieden te kunnen overleven zonder wapens. Als oud Marinier werd ik daar niet goed van want in onze tijd huurden wij daar ezels voor. Ook is te zien dat Nederlandse militairen in moskeeën op matjes zitten met hun gevechtslaarzen uit, als makke schapen dus.

Enfin, begrijpen doet deze oud Marinier het niet maar hij hoopt wel op betere tijden.

Ook voor reacties op deze herinneringen kun je terecht op het prikbord/forum.