Disclaimer

naar vorige pagina

Expeditie Sterrengebergte Verslag 18 juni 1959

SIBIL, 2 juni. - Vandaag kreeg onze voedselvoorraad een flinke aanvulling en ook onze voorraad kleding werd vergroot. Nu alle drie helikoptervliegers ziek zijn en de twin pioneer voorlopig niet beschikbaar is, stond de hele opvoer stil. (Zoals gemeld, zijn de moeilijkheden thans opgelost. - Red.) Weliswaar hadden wij nog voor een maand voeding, maar het zou onverantwoord zijn geweest om met maatregelen te wachten totdat alles op was. De enige oplossing was om voeding te laten afwerpen door een vliegtuig. Zo verscheen hier vanochtend een Catalina van de Nederlandse Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij. Voor mij was dit een extra genot, omdat ik bij vroegere reizen in dit land mijn hart verpand heb aan Catalina’s, de vliegtuigen waarmee de Marine Luchtvaartdienst mij zoveel van Nieuw-Guinea heeft laten zien. Nog prettiger was het, dat deze Catalina werd gevlogen door R. Schuiling, die in 1952 maandenlang mijn gastheer in het marine vliegkamp Biak is geweest.

Dr. L . D . Brongersrna, de wetenschappelijk leider van de expeditie en schrijver van onze artikelenreeks, in gesprek met een
van zijn jonge hulpjes in het basiskamp SibilDAGEN VAN tevoren waren wij al aan de voorbereiding begonnen. Aan weerszijden van het vliegveld werd een brede strook riet weggekapt om een vlak terrein te krijgen, waarop de zakken met voedmg moesten terecht komen. In Tanah Merah was de sergeant De Wijn van het Korps Mariniers belast met de verpakking van vier ton voedsel en kleding. Jutezakken (of zoals dat hier heet goenie zakken) waren daarvoor per vliegtuig uit Merauke aangevoerd. Telkens 25 kg in een zak en voor versteviging nog een zak er omheen. Blikjes met vlees, vis of margerine werden in de zakken met rijst verpakt. Zo keken wij vanochtend om zes uur vol spanning naar het weer, want dat is hier wel de beslissende factor voor alle activiteit van vliegtuigen. Het zag er mooi helder uit: 20 km zicht en niet veel bewolking. Via het vliegveld Sentani (bij Hollandia) hadden wij contact met de Catalina, die in Tanah Merah klaar stond en later toen de Catalina boven de vallei verscheen, ook rechtstreeks met het vliegtuig. Op grote hoogte kwam de Catalina aan en begon toen in grote cirkels snel te dalen, tot ongeveer 200 meter boven het veld. ’Telkens werd een run van oost naar west gemaakt en bij elke run werden tien zakken afgeworpen. Iedereen stond vol spanning te kijken of men op het juiste moment de lading zou afwerpen. Het ging werkelijk fantastisch. Op enkele zakken na kwam alles op ons opengekapte terrein terecht.

Rose rollen

De "colonne-Bär" op weg. Men moest terugkeren toen bleek, dat de bevoorrading niet volgens
programma verliepHET ENIGE wat ons benauwde was, dat het weer minder werd. Uit de bossen op de helling van de Tamal, aan de zuidzijde van het dal begon damp op te stijgen en er begonnen zich daar wolken te vormen. Maar na elke run maakte de Catalina aan het einde van het dal een wijde bocht en keerde terug voor de volgende run. Zo werd ongeveer 1.800 kg afgeworpen. Daarbij was ook een zak met post. Het allerlaatst daalde een kistje aan een parachute neer. Ik moet bekennen, dat velen van ons dachten aan een glaasje bier bij de rijst, hetgeen voor ons het toppunt van luxe zou zijn. Evenwel de inhoud bestond uit een aantal fraaie rose rollen zeer nuttig papier. De Catalina verdween over de bergen naar Tanah Merah om een paar uur later weer terug te keren met nogmaals 1.800 kg. Niet alleen hebben wij nu een behoorlijke voorraad eten, maar ook hebben wij voldoende dekens. Er zijn telkens mensen bij gekomen, die te voet of per helikopter naar Sibil zijn gekomen, en langzamerhand was onze voorraad hier uitgeput. Ook voor dragers, die mee het gebergte ingaan, moeten dekens en warme kleding aanwezig zijn. Als het weer vrijdag en zaterdag redelijk is, krijgen wij er van Hollandia uit nog een 31/2 ton voeding bij, want dan zal een Dakota van de Kroonduif hier komen droppen. Wat de voeding betreft ziet het er dus gunstig uit. Men zal zich misschien afvragen wat wij hier eten, of het driemaal per dag rijst is of allemaal etenswaren uit blik. Rijst wordt er veel gegeten, want wij hebben daarvoor allemaal voorkeur. Met iets minder plezier verwerken wij de stamppot. ’s Ochtends en ’s avonds krijgen wij brood. De korporaal der mariniers Goedhart is hier met het broodbakken begonnen en langzamerhand is hij daar zo knap in geworden, dat vele deelnemers van de bijvoeding met kaakjes hebben afgezien. Zo nu en dan krijgen wij verse kadetjes en een enkele maal zelfs cake.

Oorlogje

HET ENIGE opwindende dat zich in de afgelopen week in de Sibil Vallei afspeelde, was een klein oorlogje tussen de kampongs Sagsaga en Lewengbon. Tot grote spijt van de strijders kwam het bestuur er achter en zo was de oorlog spoedig beslecht. Een dergelijke oorlog is een vrij sportieve zaak in dit land. Er is geen sprake van een onverwachte overval, want dat is in de Sibil-Vallei geen gewoonte. Aanleiding tot de oorlog was, dat er in de kampong Sagsaga een man overleed en daarvoor moest natuurlijk een oorzaak zijn. Men kwam tot de overtuiging, dat zwarte kunst van de kampong Lewengbon het sterven ten gevolge had gehad. Daar moest iets aan worden gedaan en Sagsaga haalde dus de kladituin van Lewengbon overhoop. Men nam juist de kladituin, omdat kladi gegeten wordt bij allerlei bijzondere en sacrale gelegenheden. Lewengbon voelde zich onschuldig en was door dit vernielen van een tuin zwaar beledigd en dus moest het uitgevochten worden. Volgens plaatselijk gebruik werd vooraf de duur van de oorlog vastgelegd, in dit geval drie dagen. Gemeenschappelijk zorgden de beide partijen ervoor, dat een slagveld werd schoongekapt en toen kon de strijd beginnen. Nu zijn de strijders niet tot de twee oorlogvoerende kampongs beperkt, maar men krijgt hulp van bevriende dorpen. Zo was ook Kigonmedip uitgenodigd en langs die weg bereikten berichten over de strijd de bestuursport Sibil. Met grote snelheid werd een patrouille uitgestuurd, bestaande uit administratief ambtenaar J. Sneep met daarbij de eerste luitenant der mariniers C. B. Nicolas, de marine-arts Tissing, de tolk Kotanon, en vier agenten. Nu was het, toen het nieuws ons bereikte, vrij slecht weer en dus ongeschikt voor de oorlogvoering. Er was dus die dag geen gevecht, maar de mannen van Lewengbon waren wel keurig opgeschilderd, zoals men dat bij plechtige gelegenheden en bij feestelijkheden gewoon is: het gezicht rood geschilderd met een mengsel van varkensvet en rode aarde. Dat er gevochten was, werd niet ontkend en er waren ook twee lichtgewonden. Om nu de strijd onmogelijk te maken werden alle pijlen (voor zover die niet al te goed verstopt waren ) in beslag genomen. De bogen mocht men houden, want dat zijn vrij kostbare zaken, die hier geïmporteerd worden en die zijn ook nodig voor de jacht. Zo keerde de patrouille met een voorraad pijlen terug.

Reprise

DE VOLGENDE dag kwam er weer bericht uit Kigonmedip, dat de zaak toch niet afgelopen was. De mensen van Lewengbon waren verontwaardigd, dat hun pijlen waren verbeurd verklaard, terwijl zij eigenlijk de beledigde partij waren. Zetten zij de strijd niet voort, dan waren zij voorgoed belachelijk. Een nieuwe patrouille onder leiding van de adjunct administratief ambtenaar G. Dasselaar ging er op uit om poolshoogte te nemen. Het bleek, dat men een nieuw slagveld had klaargemaakt, ditmaal was dit door Sagsaga gedaan, waar men dus feiteliJk een thuiswedstrijd speelde. Op het oude terrein waren de mannen van Lewengbon bezig zich moed in te dansen en bovendien wachtten zij nog op versterkingen Koekding was al ver tegenwoordigd, maar Betabib was er nog niet. Na enig praten was men wel bereid de patrouille naar het nieuwe oorlogsterrein te brengen. Daar was Sagsaga met aanhang zich op de strijd aan het voorbereiden. Het is met dergelijke dingen altijd de vraag hoe de partijen op inmenging zullen reageren. Een snel en doortastend optreden is het beste en zo stormden de heer Dasselaar met zijn twee agenten en de met pijl en boog gewapende tolk Katanon het veld op. Volkomen beduusd lieten de Sagsaga-mannen pijl en boog zakken en daarmee was de zaak gered. De heer Dasselaar had nu de tijd om de mensen toe te spreken en hun duidelijk te maken, dat het bestuur beslist bezwaar heeft tegen deze oorlogvoering. Een aantal mannen ging er vandoor, anderen verstopten hun pijlen, maar uiteindelijk kon ook van deze partij nog een hele bundel pijlen in beslag worden genomen. Tenslotte besloot men dan maar vrede te sluiten hetgeen met het uitwisselen van de knokkelgroet gepaard ging. Enkele van de strijders hadden zlch beschermd door het dragen van een uit rotan gevlochten kuras. waarschijnlijk een import artikel uit het Moejoegebied ten zuiden van de bergen. Het merkwaardige is dat een dergelijke oorlog hier beslist als een soort pretje wordt beschouwd. Het feit, dat een van de strijders op een buitengewoon pijnlijke plek was geraakt werd met veel gelach in Kigonmedip verteld. Bij een vorige oorlog, enkele jaren geleden tussen Toelo en Kigonmedip deed zich de moeilijkheid voor, dat Toelo over te weinig mannen beschikte en om nu daarbij te helpen en toch onpartijdig te blijven verdeelde Betabib zijn mannen over beide partijen. Daarbij was alleen afgesproken dat mannen uit Betabib niet zouden schieten op dorpsgenoten, die bij de tegenpartij waren ingedeeld.

Kleiknots

Rust in het basiskamp SibilDE VERZAMELINGEN nemen nog steeds toe. De buit aan insecten is reeds behoorlijk groot en steeds meer kikkers en hagedissen worden ingeleverd. Ook werden al enkele slangen verzameld. Vogels zouden veel meer verzameld kunnen worden, indien niet de opvoer ons parten had gespeeid. De prepareerbenodigdheden en een kistje met patronen staan nog in Tanah Merah. Zoogdieren zijn of schaars of de bevolking wil die niet afstaan, omdat het voor hen belangrijk voedsel is. Wij kregen alleen nog maar wat vleermuizen uit een grot. Voor de cothnographische verzameling krijg ik zo nu en dan wel wat: armbanden van varkenstanden, vogelbotjes, die als neus versiering dienen en ook koppen van neushoornkevers, eveneens als neusversiering in gebruik. Het valt niet mee stenen bijlen te krijgen. Sedert de aanleg van het vliegveld gelden ijzeren bijlen hier als betaalmiddel en er is bijna niemand meer die er stenen bijlen op na houdt. Een mooie aanwinst is een kleiknots zoals de mannen, die bij bijzondere gelegenheden aan het haar dragen.

Weer regen

NA DE PERIODE van mooi droog weer in de tweede helft van mei schijnen wij nu weer aan regen toe te zijn. Nadat gisteren de Catalina vertrokken was, trok de lucht dicht en in de loop van de middag begon de motregen, die ’s avonds in stortbuien over- ging. Toch viel het nog mee: maar 26 mm, helaas net iets teveel om een landing op het vliegveld mogelijk te maken. Wij zijn niet de enigen, die last van de regen hebben. want vanochtend kon de Twin Pioneer door de zware regenval ook niet naar de Baliemvallei. Men wilde het hier proberen, maar afgezien van de toestand van het vliegveld, is hier het zicht zeer gering, zodat een vliegtuig de strip niet zal kunnen vinden en hier ook niet in het dal zou kunnen manoeuvreren. Morgen hebben wij misschien meer geluk.

naar vorige pagina